Dit jaar heb ik nog niet eens de helft van mijn vakantiedagen opgebruikt (vaderschapsverlof is nu niet echt vakantie te noemen) en het werd dus echt wel tijd om er eens met ons drietjes op uit te trekken.
Ver moest dat niet zijn met een 6-weken oude baby die weleens de zee wou zien, en door mijn allergie voor de Belgische kust viel de keuze logischerwijs op Zeeland. Geen Bongo bon (als Weekendesk fans van het eerste uur zijn we er achtergekomen dat dit vaak niet het goedkoopste is), maar een op internet geboekte hoteldriedaagse aan de monding van de Westerschelde.
Het was wel stressen met zo’n kleine op hotel, vooral wanneer ze ‘s nachts even begon te huilen. Eigenlijk zou een bungalow geschikter zijn, zonder buren die last hebben van het lawaai, maar gelukkig heeft Ella zich als een voorname dame gedragen.
Dat je enorm veel geluk moet hebben om in Nederland lekker te eten weten we uit ervaring (de week van de smaak wordt er in Shoarma zaken gevierd) maar maandag hebben we ons weer eens verschrikkelijk laten vangen: een wokrestaurant met bedroevend weinig en smakeloze Aziatische gerechten maar wel met… patat en satésaus (pindasaus) à volonté.
Dinsdag koos Lies dan voor een voltreffer: een op het eerste zicht banaal Italiaans restaurant waar alels met verse ingrediënten bereid werd. Smaakvoller en authentieker dan we het in Sicilië vonden.
