Ik stapte de deur uit en sloot m’n ogen eventjes. Ik voelde de hitte van het asfalt terugstralen en rook de typische geur van warm asfalt met gelekte motorolie. Heel even waande ik me terug in Liberia.
Maar toen ik m’n ogen weer opende stond ik spijtig genoeg weer gewoon op een parking in Wilsele
Afrikanen zijn interessante mensen om te fotograferen, liefst spontaan maar dat komt er in Liberia niet vaak van wegens een onverklaarbare fobie voor fototoestellen in het openbare leven. Hoe vaak ik geen commentaren gekregen heb wanneer ik op straat mijn Canon bovenhaalde (en nee, dat waren geen venijnige Nikon adepten).
Eenmaal gevraagd of ik een foto mocht trekken waren ze er heel graag bij, maar dat poseren viel niet altijd evengoed mee natuurlijk.
Het is door hun karakterkoppen dat ik ze met plezier vastleg, al is de belichting (vooral bij de postprocessing) bij hun net een pak moeilijker; een donker gezicht op een vaak sterk belichte achtergrond. Liefst zou ik vaker inflitsen, maar dat is geen optie als je niet al te veel wil opvallen…



Ik zag de krantenkoppen al voor me, het gezever over De Crem en zijn favoriete barvrouw zou snel naar de achterste pagina’s verschoven zijn:
“Belg rijdt zich te pletter op zwaarbewapende colonne van Ellen Johnson“
De Afrikaanse rijstijl indachtig slalomde ik woensdagmorgen op Tubman Avenue vlotjes tussen gele taxi’s en witte Toyota Landcruisers, de favoriete wagen van NGO’s en Amerikaanse hulporganisaties, toen plots alle taxi’s naar rechts uitweken en zich op de rand van de straat stilzetten.
Hop, meer plaats op de baan, dus geven we er maar een tikje bij dacht ik terwijl de automatische versnellingsbak lustig mijn neerdrukkende rechtervoet meevolgde. Maar wat doet die flikkenwagen in de tegenovergestelde rijrichting op mijn rijvak? De gek!
Net toen ik er na een ruk aan het stuur met maar een goeie meter tussenafstand langs reed fluisterde de zwetende en figuurlijk bleke driver naast me “That’s the president coming, you better stop now“.
Oeps, daarom dat de baan er achter die politiewagen zo leeg bijligt; snel de remmen in en ons tussen de wagens naast de baan geparkeerd. Een halve minuut later de eerste zwarte SUV’s met veiligheidsagenten met automatische wapens uit het raam in de aanslag en daarachter dé Mercedes gevolgd door nog enkele pick-ups met gewapende UNMIL-soldaten.
Blijkbaar schieten die mannen dus echt met scherp wanneer wagens niet aan de kant gaan, niet moeilijk dat de driver het volgende kwartier niet veel meer te vertellen had
Zondag vertrek ik vrij onverwacht voor een vijftal dagen terug naar Monrovia, we zullen het er maar sereen op houden dat ik mijn lichaamstemperatuur even terug op peil ga brengen. Anders verval ik toch maar weer in een gefrustreerde tirade op mensen die… euh nee toch maar niet.
Soit, gisteren kreeg ik van Frederik, de collega die nog ter plaatse is en er met mij tot het einde blijft, een speciaal verzoek om iets mee vanuit Belgie mee te sleuren.
Bij “een speciaal verzoek” dacht ik natuurlijk direct aan de riders met eisen die artiesten in hun contracten opnemen en die Frederik daar in Liberia wel zou kunnen missen: drank, eten, snoep, vrouwen, DVD’s, condooms… Maar neen, wat mist de moderne geoloog in hartje West Afrika??? Een fles spuitwater godbetert!
Dus ga ik zondag twee flessen SPA rood in mijn bagage proppen, ik zal hem maar niet zeggen dat ik 46 kilogram bagage mag inchecken, anders mag ik nog een 6-pack meesleuren

Vier uurtjes terug thuis na vier weken Liberia, en het is al aanpasen geblazen:
- De verwarming moet op 18°, in plaats van de airco op 23°
- In een lichte fleece naar de bakker fietsen was géén goed plan
- Bril- en lensglazen condenseren hier wanneer je een winkel binnenstapt, niet wanneer je buitenkomt
- Er staat hier geen bewaker om de garagepoort voor me open te doen wanneer ik eraan kom rijden. Sleutels in plaats van de klaxon dus.
- De geldbiljetten die ik hier bij de bakker terugkrijg zien er niet uit alsof ze oorlogen en overstromingen overleefd heeft, én ze stinken niet naar duizend rioolputjes!
- De kindjes op straat zwaaien hier niet wanneer ik voorbij kom fietsen. Spijtig eigenlijk want die glunderende snoetjes wanneer je terugzwaait zijn goud waard
Maar gelukkig ben ik ginder wel gewend geraakt aan veel en lang wachten, want het is nog zes uur wachten voor Lies thuiskomt en we Ella in de creche kunnen gaan ophalen!
Tot enkele dagen geleden wist ik vaagweg van het bestaan vande dag van de dynastie het feest van de koning af, maar wanneer en waarom dat gevierd wordt, ho maar.
Op de eerste vraag heb ik al een antwoord, en op het etentje bij de Belgische ere-consul in Monrovia dat morgen voor de Belgen in Liberia georganiseerd wordt zal ik misschien ineens wijzer worden over het waarom.
Ben eigenlijk benieuwd hoeveel Belgen er zullen opdagen, wie weet dineer ik er met de ouders van een bekende blogster
Wanneer je in het buitenland werkt zijn Belgische vrije dagen en verlengde weekends een onwezelijk en irritant iets. Hier gaan op wapenstilstanddag het leven en natuurlijk ook het werk gewoon verder en als het dan vier dagen op rij (zowat iedereen maakt blijkbaar de brug) quasi onmogelijk is om mensen te pakken te krijgen voor het regelen van vliegtuigtickets, reisdocumenten, aflossing of technische problemen.
Aanvragen die normaal drie dagen in beslag nemen duren net nu plots meer dan een week, en de mens die je net nu te pakken moet krijgen blijkt weg te zijn. Afschaffen die handel!
Wanneer ik her en der op weblogs lees hoe koud het in België wel niet wordt, en Lies me aan de telefoon vertelt dat Ella door de kou écht niet onder de dekens mag uitkruipen snachts is dat dus volledig surrealistisch voor me.
Nu het regenseizoen hier stilletjesaan voorbij lijkt te zijn komt de warmste periode van het jaar eraan. Met de zon bijna loodrecht boven ons en de enorme luchtvochtigheid voelen de 33° (in de schaduw) een pak warmer aan dan bij ons thuis.
Bruinen is geen probleem hier, het moeilijkste is om niet te verbranden. Een uur in de zon werken is hier hélemaal anders dan in België. Met een witte huid en zonder bescherming begin je na drie kwartier al fel te verbranden, en wanneer je het voelt is het al te laat. Gelukkig was ik net iets slimmer dan dat
Van nature uit heb ik een hekel aan de typische toeristenfoto’s, nooit zal je me zien poseren bij een kudde kamelen, voor een uit de kluiten gewassen palmboom of bij de Pisa-toren die ik gezichtsbedroggewijs bescherm voor de definitieve val…
En ook hier in Afrika probeer ik zo weinig mogelijk toeristenfoto’s te maken, collegas komen natuurlijk in beeld, maar dan liefst spontaan.
Als ik dan in een dorpje een foto van de inwoners neem, en er plots een Nederlandse medemens tussen opduikt knarsetand ik een beetje maar hou ik die foto subtiel uit roulatie. Nu wel pech dat diezelfde medemens de dag erop een beetje beteuterd kwam vragen of ik die foto met hem erop niet even wou online zetten zodat “zijn meisje” hem kon zien… En zodus:


Recente commentaren