Dat Portishead met Third een pracht van een album heeft uitgebracht is wel duidelijk, “De nicht” schreef voor Rifraf een zeer mooie recensie van het album in kwestie.
Elf jaar is onnoemelijk lang in de muziekbusiness. Zo lang dat iedereen de hoop op een nieuw Portishead-album al had opgegeven. Maar kijk, hier is dan toch ‘Third’. De triphop-pioniers uit Bristol gooien – met evenveel gedrevenheid als toen ze het op gang trokken – het genre helemaal aan diggelen. Exit triphop, enter industrial. En natuurlijk zou dit Portishead niet zijn als deze stelling helemaal klopte. ‘Third’ blijft, hoe sterk de veranderingen soms ook, onmiskenbaar een Portishead-plaat. Veel heeft te maken met de hartverscheurende stem van Beth Gibbons, vaak de reddingsboei waar ze zelf zo’n nood aan lijkt te hebben. “Tempted in our minds/Tormented inside lie/Wounded and afraid” zijn de openingswoorden na 2’11″ gierende violen op die zachte en oh zo vertrouwde gitaarriffs van Adrian Utley, ritmische trommels en een spoken word-intro verwijzend naar wicca. We zijn zo blij dat ze terugzijn, meneer. Hoewel de accenten agressiever zijn, is het pas bij nummer zes (‘We Carry On’) dat we opschrikken van de suizende orgels, de metalen klanken die als een marcherend leger in ons hoofd bonken. “Oh can’t you see/Holding on to my heart I bleed”, huilt Gibbons. Single ‘Machine Gun’ heeft zijn naam niet gestolen: een salvo van drumcomputers domineren de klaagzang van Gibbons. Daartussen een aandoenlijk akoestisch moment (‘Deep Water’) met alleen een kinderlijke zangeres, een ukelele en een jaren ’20 mannenkoor. Het contrast kon niet groter zijn. Portishead is terug. Ons hart mag opnieuw breken. Zij zullen het bloeden stelpen. (mlv)
© Maité Lé Van